Vandaag deel 2 van de 50 portrettips. Uit de statistics van blogspot blijkt dat de eerste 10 goed te zijn gelezen, dus wordt het echt tijd voor de volgende 10.

11. Variatie in oogcontact
De meeste huis, tuin en keukenportretten worden als volgt gemaakt. Telefoontje of andere kekke digi-aanwinst komt uit de zak. “Oke, ja, nu even stilstaan!, kijk eens hier!, even lachen, soms zelfs “say cheese”. En met het ingeblikte nepgeluid van een sluiter is de kleine voor de zoveelste keer vastgelegd, met als resultaat een plaatje dat zich nauwelijks onderscheid van die andere honderd die eerder zijn gemaakt.
Je kunt ook het model eens niet in de lens laten kijken. De kijker heeft niet direct oogcontact waardoor er meer ruimte voor verbeelding. Voor een objectieve kijker vaak een veel interessanter beeld dan het directe oogcontact. Er zijn diverse variaties mogelijk:

A. Blik gericht buiten het fotokader – Dit kan de kijker nieuwsgierig maken. Zeker als er sprake is van emotie (‘waarom is zij verbaasd, waarom moet zij lachen’). Wees ervan bewust dat als je een portret maakt waarin het model buiten het kader kijkt, dat er in de kijkrichting ruimte in het beeld blijft. Een kijkrichting trekt immers een virtuele lijn in het beeld dat niet te snel moet worden afgebroken.

2008-03-30 12-33-06 faces.jpg

B. Blik binnen het fotokader – De geportretteerde kijkt nu naar een ander beeldelement (moeder met een baby op schoot, man die een boek leest) Hiermee creëer je een tweede POI (point of interest) dat iets toevoegt aan het model. Er ontstaat meer verhaal.

20090810-230305-zomerkamp - ermelo-1.jpg
20110820-123759-hanneke en wallie.jpg

12. Uit je comfort-zone
Wanneer ik voor een tijdschrift of boek een portret van een ondernemer maak, vind ik het altijd een uitdaging om naast de keurige, goede, overal geaccepteerde portretten ook beelden te maken waarmee ik de geportretteerde van een hele andere kant laat zien: Soms met een knipoog, soms met humor. In het begin wordt hier soms aarzelend op gereageerd, maar in de meeste gevallen komt het de sfeer en het resultaat ten goede. Portretten waarmee de geportretteerde zich onderscheidt en daardoor eerder opvalt en lezers geïnteresseerd worden om ook een bijbehorende teksten te lezen.

20090710-105001-heuvelrugschilderwerken.jpg

13. Geportretteerde in actie
De concentratieboog bij jonge kinderen is kort. Daarom is het goed om enige dynamiek in een fotosessie te brengen. De sfeer wordt meer ontspannen, bewegen is leuk en dat komt de beelden alleen maar ten goede. Als je naar onderstaande foto’s kijkt, valt het misschien op dat ik precies voor het omkeerpunt heb gekozen in de beweging. Dit is een geschikt moment om af te drukken. Op dat moment er er de minste beweging en kan de beweging het beste bevroren worden.

Overdag is het met name de sluitertijd die zeer kort moet zijn om de beweging goed te bevriezen. Afhankelijk van de hoeveelheid beweging kan dit variëren van een 1/200 (omkeerpunt van een beweging) tot 1/2000 1/4000 bij volle snelheid. In een donkere ruimte is het niet meer de sluitertijd, maar vooral de duur van het flitslicht bepalend. Vaak zijn het de duurdere studioflitsers die een zeer korte lichtpuls geven, wanneer deze niet op vol vermogen flitsen. Met studioflitsers is de maximale flitssynchronisatietijd 1/200 tot 1/250e. De bepalende lichtflits voor bevriezing van beweging kan oplopen tot bijvoorbeeld een 1/4000e en soms nog hoger. Bijvoorbeeld de flitsers van Alien Bees (Newton 640) Elinchrom, Profoto en Broncolor zijn hiervoor prima bruikbaar.

jump

14. Achtergrond keuze
Een locatie met zacht licht (dus geen volle zon) is ideaal voor het maken van portretten. Zorg daarbij voor een achtergrond die recht doet aan de geportretteerde. Soms moet je juist elementen uit de omgeving weglaten, soms kun je deze er juist goed bij betrekken omdat ze het beeld interessanter maken. Er zijn fotografen die lijstjes aanleggen van lijstjes van mooie locaties. Ik ben van mening dat waar je ook komt, er al heel snel een plek te vinden waar je prima aan de gang kunt. Vaak is het de kunst om juist op een andere manier naar de omgeving te kijken.

Probeer ongewenste aandachtstrekkers op de achtergrond te voorkomen. Een stapje naar links op rechts kan net voldoende zijn om deze juist in beeld of juist uit beeld te krijgen. Een regenpijp op een hekwerk kan uitstekend onderdeel uitmaken van een portret en voor extra sfeer geven. Aan de fotograaf de keuze om deze aandachtstrekkers juist op te nemen of weg te laten. Probeer in ieder geval te voorkomen dat er geen voorwerpen op de achtergrond plotseling uit het hoofd of andere lichaamsdelen steken.

Onderstaande foto is gemaakt voor Qualita-Advies adviesbureau voor bedrijfshuisvesting. Juist de context van het bedrijfspand is relevant.

20090925-163028-qualita advies - bert cost

15. Diffuus licht is je grote vriend
Voor de meeste portretten is hard licht niet flatteus. Portretten zijn vaak echt mooi wanneer het licht gelijkmatig verdeeld is, zonder harde schaduwen. Schaduwen accentueren rimpels en zorgen voor dichtgeknepen ogen. Probeer daarom hard licht zoveel mogelijk te vermijden.

Een bewolkte dag is prima voor portretfotografie. Een dag met zon is nog beter, maar zoek dan wel de schaduw op.  Wolken fungeren als een reusachtige “softbox”. De wolken verspreiden en verzachten het zonlicht en zorgen daarmee voor mooi zacht licht.

20100321-151811-jordanie.jpg

16. Stel je model op zijn of haar gemak
Als je een model op de foto zet, wil je natuurlijk dat hij of zij zich op zijn gemak voelt. Als dit niet het geval is, zie je dit terug in de foto’s. Een stijve houding, een krampachtige lach of totaal geen sprankeling in de ogen. Wil je dit voorkomen, zorg dan dat je voldoende contact maakt met het model en dat je zo min mogelijk met de techniek bezig bent.
Bereid je goed voor, maak je studio-opstelling voordat het model er is. Maak een praatje voordat je gaat beginnen en maak eerst wat test foto’s zodat het model alvast kan wennen.
Kijk niet te lang op je camera naar de gemaakte beelden. Veel beginnende fotografen doen dit, met als gevolg dat de verveling toeslaat bij het model. Houd het tempo er dus in, praat, maak af en toe een grapje, speel muziek af die het model heeft meegenomen. Dit komt de sfeer en de uiteindelijke resultaten ten goede.

17. Lijnen zorgen voor een kijkroute
Diagonale lijnen zijn de meest effectieve compositiegereedschappen die je kunt gebruiken om een kijker de foto in te leiden. Door een compositie te maken in de vorm van een fictieve triangel help je de kijker te leiden van punt naar punt en weer terug naar het beginpunt. Dat geeft een goed gevoel, het plaatje is daarmee compleet. Dit kan bijvoorbeeld goed van pas komen wanneer je een opstelling moet maken voor een portretfoto met meer dan twee personen. Ook het gebruik van een S-vorm is een goede manier om de kijker door een foto heen te leiden.

20110409-140711-kooij

18. Ruimte of close-up
Geef onderwerpen de ruimte, zodat ze niet (letterlijk) hun neus stoten tegen de rand van de foto. Als het onderwerp in je foto een bepaalde richting op kijkt is het slim om in die richting ook ruimte te laten in je foto. Toch is een close-up ook mooi. Kies de voor jou het meest interessante deel van je model. Meestal betekend dit inzoomen op het gezicht zodat je de kenmerken en expressie mooi vastlegt. Wees niet bang delen “af te hakken”, zoals de boven –of zijkant van het hoofd. Hiermee maak je een intiemer portret.

20110409-154107-kooij.jpg

19. De kunst van het weglaten
Een bekende valkuil is dat mensen teveel op de foto willen zetten. Waardoor de foto’s te druk worden en de aandacht van het hoofdonderwerp afgeleid wordt. Soms ligt de oorzaak van een te rommelige foto niet in het teveel op de foto willen zetten, maar in een drukke achtergrond. Probeer dan met een groot diafragma (bijv. F4) en grotere brandpuntsafstand  (bijv. > 90mm) de achtergrond te vervagen.

20110724-210605-huizen

20. Focus op de ogen
Het spreekwoord zegt het al: “de ogen zijn de poorten van de ziel”.
 Verschillende emoties kunnen worden opgeroepen. Afhankelijk van de uitdrukking en richting waarin de ogen van de persoon zijn gericht, brengt het iets teweeg bij de kijker. Probeer het als fotograaf maar eens uit, laat je model verschillende kanten uit kijken, totdat je tevreden bent met het gevoel dat de foto oproept.

Vrijwel altijd controleer ik de uitdrukking in de ogen, wanneer ik portretteer. Het zijn namelijk de ogen die verklappen of een lach echt is en veel minder doet de stand van de mond dit.
Hoewel veel mensen graag met een lach op de foto staan, zijn vaak de ingetogen beelden waarin het model meer van zijn ware ik laat zien, vele malen interessanter. Emoties lijken dan afwezig.

11281-03-omslag.jpg