In de loop der jaren heb ik inmiddels duizenden portretten voor particulieren en bedrijven gemaakt. In die jaren heb ik me ontwikkeld en zijn portretten in ieder geval anders en in mijn ogen beter geworden. Ik ben niet meer de portretfotograaf die ik drie jaar geleden was. Kortom, je leert bij, eigen voorkeuren veranderen, en invloeden van andere fotografen spelen een rol. Graag deel ik op deze plek een groot aantal tips. Ik denk dat je gerust door kunt gaan tot 50, maar voor de leesbaarheid beperkt ik me hier tot 10. Heb je zelf ook tips, voel je vrij om deze aan te vullen in het reactieveld onder deze post.

1. Kom los van de geijkte compositieregels
We hebben allemaal geleerd dat een compositie interessanter wordt als je zogenaamde Derden regel oftewel de Gulden Snede toepast. Hoewel het soms nodig kan zijn om een onderwerp centraal in het kader te plaatsen, kun je een interessanter, gebalanceerder en krachtiger beeld neerzetten door het juist niet centraal te plaatsen. Dit zorgt ervoor dat het oog van de kijker door het beeld heen geleid wordt. Het idee achter deze regel is dat je kader opgedeeld wordt in 9 gelijke delen door middel van 2 horizontale en 2 verticale lijnen. Vervolgens plaats je het onderwerp of een deel daarvan nabij een kruispunt van deze lijnen. In de praktijk met cursisten merk ik dat het in het begin lastig is om los te komen van “onderwerp in het midden”. Weet je echter de gulden snede toe te passen, dan is het ook goed om weer te breken met dit onderwerp om tot een creatievere invulling te komen. Zelfs je onderwerp aan de rand van het kader plaatsen kan tot een zeer krachtig beeld leiden.

2008-04-06 13-41-00 faces.jpg

2. Gebruik een objectief met langer brandpuntsafstand
Veel fotografen gebruiken standaard een 50mm lens voor al hun portretwerk. 50mm is een bekend perspectief omdat dit vrijwel overeenkomt met onze normale beeldhoek als we door onze ogen kijken. Ik ga hier niet verkondigen dat 50mm niet kan, maar het werken met een langere brandpuntsafstand heeft een aantal voordelen. Veel van mijn portretten maak ik met mijn 85mm lens maar ik gebruik ook gerust 135mm of zelfs 200mm als ik ver van de geportretterde af sta. Vergeet bij de 200mm overigens niet je megafoon mee te nemen om de communicatie met je model in stand te houden ;-). Ik sprak overigens enige tijd geleden Mike Larson die zijn model een mobiele telefoon meegeeft in zijn broekzak, om op afstand nog enige sturing te kunnen geven. De voordelen van deze langere brandpuntsafstandden zijn de mooie onscherpte (bokeh) die onstaat rond de geportretteerde en daarmee het loskomen van de achtergrond.

040711 dienville3-roan.jpg

3. Portretteren zonder te regisseren
Veel portretten worden gemaakt in een situatie waarin de fotograaf en het model samenwerken om tot een goed resultaat te komen. De fotograaf heeft aandacht voor lichtval en stuurt het model in zijn of haar pose. Een andere mogelijkheid is het portretteren in een natuurlijke situatie: een kind dat speelt in een speeltuin, de volwassene die in gesprek is. Een portret komt dan al snel natuurlijker over. Je krijgt het idee dat de persoon echt is omdat de emoties op een natuurlijke wijze worden getoond. Ook als de natuurlijke situatie er niet is en er zijn geen anderen aanwezig, dan praat ik veel met mijn modellen en soms zeg dat we klaar zijn, terwijl dit in feite niet het geval is. Tijdens het gesprek dat verder voortgaat, blijf ik af en toe fotograferen. Op die momenten maak ik vaak mijn beste portretten omdat modellen dan “los zijn van de camera”; ze tonen hun ware gezicht.

20110725-110406-huizen.jpg

4. Varieer in standpunt en daarmee in perspectief
We zijn gewend 99% van onze tijd in het horizontale vlak om ons heen te kijken. Daag jezelf uit door eens een ander standpunt te kiezen. Een standpunt meer van onderaf, maakt de geportretteerde groter en creëert meer afstand. Een standpunt van boven af maakt de geportretteerde kleiner en toegankelijker. Hier kun je gebruik van maken.

Fotograaf Platon werd in 1999 ervan beschuldigd dat hij met opzet Bill Clinton verder in diskrediet had gebracht toen hij voor de cover van het mannenblad Esquire onderstaande foto maakte. De fotograaf ontkende.

2008-04-06 13-23-46 faces.jpg
Vogelperspectief

20110728-150200-huizen.jpg
Kikkerperspectief

5. Gebruik off-camera flitser.
Hoewel ik graag in mijn fotostudio controle hou over het licht, fotografeer ik op locatie bij voorkeur zonder flits. Ik gebruik mijn speedlites eigenlijk voornamelijk als ik met tegenlicht moet inflitsen of een bijzonder effect wil toevoegen aan een portret. Dit doe ik dan bij voorkeur met de flitser van mijn camera, zodat ik meer kan variëren in de richting waar het licht vandaan komt. Sowieso is licht van voren – dus als de flitser gewoon op de camera zit- vaak saai en weinig flatterend. Licht dat meer van opzij komt zorgt voor weergave van structuren en vormen door schaduwwerking, terwijl licht van voren alles plat maakt. Er zijn op de markt goedkope setjes verkrijgbaar van ongeveer 30 euro. Ik gebruik de pocketwizzards. Deze hebben als voordeel dat ze de ETTL en High Speed Sync functionaliteit hebben. Ze zijn helaas wel vele malen duurder.

20090730-201522-zeehuis - bergen aan zee.jpg

6. Werk met props
Met props (accessoires) voeg je een ander beeldelement in bij een portret dat een toevoeging kan zijn op de geportretteerde. Een prop kan het verhaal compleet maken zodat een portret een extra betekenislaag krijgt. Tegelijk hier een waarschuwing want je loopt ook het risico dat een prop te veel de aandacht van de geportretteerde wegneemt. Hou dit laatste goed in de gaten, veel beginnende fotografen zijn geneigd te veel props aan een beeld toe te voegen.

20100908-140559-soest.jpg

7. Zoek tegenlicht
Het kost veel oefening en dus tijd om oog te krijgen voor licht. Licht kunnen we niet zien (die is leuk he), we kunnen alleen licht waarnemen wanneer dit contact maakt met materie. En dat is precies waar wij fotografen ons op richten. Zelf ben ik zo gedeformeerd dat ik vrijwel alle situaties bewust ben van de werking van licht. (voor de rest gaat alles goed met me). Als ik op de fiets zit of vergader, steeds zie ik wat licht doet met onze omgeving en de gevolgen die dit heeft voor het maken van beelden. Licht is de essentie van fotografische beelden. Licht van achter de geportretteerde -of het nu de zon is, vensterlicht of kunstlicht- kan zorgen voor een mooie lichtrand om de geportretteerde (rim-light). Deze rand voegt een extra dimensie toe aan het beeld, het scheidt de geportretteerde van de achtergrond, waardoor er nog meer focus op de persoon wordt gelegd. Let echter wel op de verhouding van licht van achter en licht van voor of opzij. Wanneer het rimlicht veel sterker is dan het frontale licht, zal dit het haar uitbijten. Dit is weer op te heffen door het licht van achter via een reflectieplaat (wit piepschuim) op het gezicht te laten vallen. Hiervoor zijn in de handel ook reflecterende collapsibles verkrijgbaar.

20110113-202752-andries en bart.jpg

20090321-110123-driebergen - roan, auto's crokussen.jpg

20110727-203642-huizen.jpg

8. Silhouetten.
Deze tip sluit aan op de vorige. Ook hier gaat het om licht van achteren, maar nu zo sterk in verhouding tot het overige licht dat alleen een silhouette van de geportretteerde overblijft. De lichtbron kan van alles zijn: een venster als achtergrond, een kunstlichtbron of reflecterend materialen als vloeren, glas, plassen, graniet. Aangezien het licht nu voornamelijk van achter het model komt, wordt alleen de vorm zichtbaar (kleur en vorm verdwijnen).

20090803-172638-zeehuis - bergen aan zee.jpg

_MG_2778.jpg

9. Schieten door objecten heen.
Experimenteer eens met allerlei materialen die een portret kunnen verrijken door er doorheen te fotograferen. Dit kan van alles zijn: gaten tussen de boomtakken, abstracte objecten, of zelfs gewone huishoudelijke artikelen zijn simpele, alledaagse voorwerpen die een extra dimensie (spanning, kleur) aan een portret kunnen toevoegen. Gebruik je een langere lens en/of een groot diafragma (lage F-waarde) dan zal dit de voorwerpen op de voorgrond meer vervagen.

2007-12-16 17-49-40Faces.jpg

10. Gebruik de zon als lichtbron voor direct licht.
Als ik buiten portretteer dan hoop ik dat onze weergoden voor veel zon zorgen om vervolgens de schaduw op te zoeken voor het portretwerk. In de schaduw is dan veel en tegelijkertijd egaal licht, waardoor een model mooi wordt uitgelicht en niet met de ogen gaat knijpen. ‘Portretteer in de schaduw’ is een van de basisregels van de portretfotografie en aangezien regels er zijn om er ook van af te wijken, gaan we de zon ook als directe lichtbron gebruiken. Dit hebben we onder tip 7 al gedaan met het toepassen van licht van achter het model. Maar natuurlijk kan het licht ook van de voorzijde en bij voorkeur schuin-voor op het model schijnen. Wil je dat de achtergrond dramatisch (typisch fotografenjargon!!) wordt, dan kies je voor een achtergrond waar minder licht op valt. Het onderwerp komt dan nog meer los van de omgeving. Vaak zoek ik juist een plek op waar de zon ook op de achtergrond valt om het portret een mooie, frisse indruk te geven. Werk tevens met reflectiescherm om ongewenste schaduwpartijen in het gezicht weer op te heffen.

20110725-110133-huizen.jpg

Veel succes met het toepassen van de tips. De volgende serie tips volgen spoedig.